Botopbouw (botaugmentatie)

Een botopbouw of botaugmentatie is een chirurgische ingreep waarbij extra bot of botsubstituut wordt toegevoegd om de kaak voldoende volume en stevigheid te geven. Dit is vaak nodig voordat een tandimplantaat geplaatst kan worden, zodat het implantaat stabiel en duurzaam verankerd kan worden.

Veelgestelde vragen

Wat is een botopbouw of botaugmentatie?

Naast een sinuslift bestaat er ook botopbouw (botaugmentatie) in andere delen van de kaak, bijvoorbeeld bij te weinig bot in hoogte of breedte voor implantaten.
Een botopbouw is een chirurgische techniek waarbij extra bot of botsubstituut wordt toegevoegd om de kaak voldoende volume en stevigheid te geven. Dit is vaak noodzakelijk voordat een tandimplantaat geplaatst kan worden.

Wanneer is een botopbouw nodig?

Een botopbouw is aangewezen als er onvoldoende bot aanwezig is door:

  • langdurig tandverlies (natuurlijke botresorptie),
  • tandvlees- of kaakbotontstekingen,
  • trauma of letsel,
  • aangeboren afwijkingen.

Zonder voldoende botvolume kan een implantaat onvoldoende verankeren.

Hoe verloopt de ingreep?

De ingreep gebeurt meestal onder lokale verdoving. Het tandvlees wordt opengemaakt, het botsubstituut of bottransplantaat geplaatst en zo nodig afgedekt met een membraan. Het tandvlees wordt daarna gesloten met hechtingen.

Doet de ingreep pijn?

Tijdens de ingreep voelt u geen pijn dankzij verdoving. Na de behandeling zijn zwelling en napijn normaal. Dit is meestal goed te bestrijden met pijnstillers.

Hoe lang duurt het herstel?

De eerste dagen kunt u zwelling en lichte pijn ervaren. Het bot moet echter 3 tot 6 maanden genezen en integreren voordat implantaten geplaatst kunnen worden.

Zijn er risico’s?

Mogelijke complicaties zijn nabloeding, infectie of afstoting van het transplantaat. Roken en slechte mondhygiëne verhogen het risico aanzienlijk.

Waar moet ik rekening mee houden na een botopbouw?
  • Volg strikt de instructies van de chirurg inzake mondhygiëne en voeding.
  • Vermijd roken en alcohol omdat dit het genezingsproces vertraagt.
  • Kom op controleafspraken om het genezingsproces te laten opvolgen.
Waarom worden botsubstituten gebruikt?

Botsubstituten worden gebruikt om botvolume in de kaak aan te vullen wanneer er onvoldoende eigen bot aanwezig is voor het plaatsen van tandimplantaten. Ze dienen als een soort “steunmateriaal” waarin nieuw bot kan ingroeien.

Welke soorten botsubstituten bestaan er?

Er zijn verschillende soorten, elk met hun eigen voor- en nadelen:

  1. Autoloog bot (eigen bot)
    • Wordt uit het eigen lichaam gehaald (bijv. uit de kaak, schedel of heup).
    • Groot voordeel: bevat levende botcellen en groeifactoren wat de  beste genezingskansen geeft.
    • Nadeel: vereist een tweede operatiewonde (donorplaats), wat meer ongemak kan geven.
  2. Allogeen bot (menselijk donormateriaal)
    • Afkomstig van een menselijke donor, bewerkt en veilig gemaakt in een botbank.
    • Voordeel: geen tweede operatiewonde bij de patiënt.
    • Nadeel: hoewel zeer veilig, wordt het materiaal door sommige patiënten minder graag gekozen.
  3. Xenogeen bot (dierlijk materiaal, meestal rund of varken)
    • Wordt grondig verwerkt en gesteriliseerd zodat het veilig en biocompatibel is.
    • Voordeel: onbeperkte beschikbaarheid, veel gebruikt in sinusliften en augmentaties.
    • Nadeel: het materiaal lost trager op, waardoor het deels als “steunstructuur” blijft bestaan.
  4. Synthetische materialen (alloplastisch)
    • Kunstmatig vervaardigde materialen (bijv. calciumfosfaat, hydroxyapatiet).
    • Voordeel: geen risico op overdracht van menselijk of dierlijk weefsel.
    • Nadeel: integratie kan soms trager verlopen dan bij autoloog bot.
Hoe wordt gekozen welk materiaal gebruikt wordt?

De keuze hangt af van:

  • de hoeveelheid botverlies,
  • de plaats in de kaak,
  • de noodzaak aan snelle botvorming,
  • de voorkeur van patiënt en chirurg.

Vaak worden combinaties gebruikt (bijv. autoloog bot gemengd met xenogeen materiaal) om zowel snelle botaanmaak als stabiel volume op lange termijn te verkrijgen.

Zijn botsubstituten veilig?

Ja. Donor- en dierlijk materiaal wordt streng gecontroleerd, gesteriliseerd en bewerkt om overdracht van ziekten uit te sluiten. De kans op afstoting is zeer klein, omdat het lichaam het materiaal herkent als “steun” waarin eigen bot kan groeien.

call to action background

Stralend van mond 
tot gezicht

Waar medische zorg en esthetische balans samenkomen.

Plan uw consultatie